Partnerschap met Afrika

DE UITDAGINGEN

In 2050 zullen er bijna 12 keer meer jonge mensen zijn in Afrika (1,4 miljard) dan in de hele EU (121 miljoen) [1]. Met een beroepsbevolking die vaardig, ontwikkeld en empowered is, kan zo’n dividend zorgen voor snelle en duurzame economische groei. Daarnaast kan het nieuwe markten en handelsmogelijkheden creëren voor de EU en voor andere landen. Deze demografische shift zal Afrika’s grootste uitdaging zijn, maar ook haar grootste kans. Een grote groep jongeren is geen garantie op een demografisch dividend. Om het meeste te halen uit deze verandering, is er behoefte aan acties die onderwijs, werkgelegenheid en empowerment in Afrika een boost geven. En dat moet nú gebeuren.

In de meest kwetsbare en minst ontwikkelde landen, is er de meeste behoefte aan investeringen. Afrikaanse jongeren vormen 37% van de beroepsbevolking, maar zijn tegelijk ook goed voor 60% van de groep werklozen op het continent [2]. In veel gevallen heeft dat – vooral voor jonge vrouwen – te maken met een gebrek aan (degelijk) onderwijs. Voor ieder meisje in Europa dat niet naar school gaat, zijn dat er 32 in Afrika [3].

DE OPLOSSINGEN

Wil Afrika deze demografische kans ten volle benutten? Dan heeft het een langetermijnstrategie nodig, als stuwende kracht voor inclusieve en transformerende economische en sociale ontwikkeling. Eén belangrijk succesingrediënt is een nieuw partnerschap tussen de Afrikaanse Unie en de Europese Unie. Zo’n samenwerking, die gebaseerd zou zijn op gedeelde waarden en interesses, moet bestaan uit wederzijdse toezeggingen om gedeelde prioriteiten aan te pakken. Denk aan mobiliteit van bevolkingsgroepen, eerlijkere handel, de strijd tegen illegale geldstromen aan beide kanten van het Middellandse Zee-gebied, en ook aan publieke investeringen in menselijke ontwikkeling.

Een bredere multilaterale samenwerking moet investeringen stimuleren in onderwijs en gezondheid, en beleidshervormingen aansporen die de empowerment van vrouwen ondersteunen, nationale en internationale investeringen stimuleren en een verbeterde mobilisering van inkomsten ondersteunen.

Dit toekomstgerichte partnership moet verder gaan dan alleen ontwikkelingssamenwerking. Het is daarom belangrijk dat de EU, als belangrijke partner van Afrika, onder andere de volgende toezeggingen doet:

1. Steun de mobilisatie van privékapitaal in het belang van de burger, naast ontwikkelingssamenwerking.

Gerichte investeringen in ontwikkelingssamenwerking zijn essentieel als basis voor een nieuwe, gebalanceerde verstandhouding. Maar naast die traditionele ontwikkelingssamenwerking is het belangrijk dat de EU privékapitaal blijft mobiliseren. Alleen moeten de mechanismes waarmee dat gebeurt, zoals het Externe Investeringsplan (EIP) en haar instrumenten, wel transparant genoeg zijn, regelmatig worden gemonitord en – misschien wel het allerbelangrijkst – gepaard gaan met waarborgen die verzekeren dat alle investeringen voldoen aan sociale en milieucriteria, en aan de hoogste standaarden wat betreft het tegengaan van corruptie en belastingontduiking. Alleen dan kunnen die mechanismes echt bijdragen aan ontwikkelingsdoelstellingen.

Specifieke targets moeten ervoor zorgen dat privé-investeringen ook in het voordeel zijn van de armste en meest kwetsbare landen. Zulke investeringen moeten samengaan met gerichte maatregelen die het economisch bestuur verbeteren, de regelgevende bevoegdheden van lokale besturen versterken en lokale kleine en middelgrote ondernemingen laten groeien.

2. Verplicht EU-bedrijven en -trusts om transparanter te zijn, om zo illegale geldstromen tegen te gaan.

Er wordt geschat dat er jaarlijks zo’n $50 miljard aan illegale geldstromen – via valse facturering, belastingontduiking en criminele activiteiten – Afrika verlaat, vaak richting een Europees land [4]. Zo berekenden de Commissie van de Afrikaanse Unie en de VN dat Duitsland 23,6% aan illegale geldstromen kreeg uit de cacaosector van Ivoorkust, en dat Spanje 22,5% kreeg van de illegale geldstromen uit Nigeria’s oliesector. Tegelijkertijd wordt ook de EU hard geraakt door belastingontduiking en -ontwijking – het jaarlijkse inkomstenverlies loopt op tot ongeveer €1 biljoen [5].

Wil de EU zich opstellen als leider, dan zijn er twee belangrijke maatregelen die ze kan nemen:

  1. Trusts verplichten om hun uiteindelijke gerechtigde bekend te maken, zoals bedrijven nu al moeten doen. Tegenwoordig vallen trusts onder de meest niet-transparante wettelijke instrumenten die gebruikt worden voor allerlei witwaspraktijken.
  2. Multinationale bedrijven verplichten om ‘land-per-landrapporten’ te publiceren met relevante financiële en boekhoudkundige informatie over elke dochteronderneming en voor alle landen waar ze werkzaam zijn – inclusief ontwikkelingslanden [6].

3. Ontwikkel een toekomstgerichte visie rond migratie en menselijke mobiliteit.

Momenteel wordt 85% van de vluchtelingen opgevangen in ontwikkelingslanden [7]. In 2017 huisde het zuiden van de Afrikaanse Sahara zo’n 31% van het wereldwijde aantal vluchtelingen – in Europa was dat 14%. Tegelijkertijd heeft (gedwongen en vrijwillige) migratie bewezen economische voordelen voor herkomst- en bestemmingslanden te hebben, en draagt het bij aan een sterkere groei in bbp voor beide landen [8].

De EU moet het recht op asiel blijven handhaven en ontwikkelingslanden helpen die grote aantallen vluchtelingen opvangen. Tegelijkertijd moet de EU het debat rond migratiebeleid veranderen en een meer omvattende en adequate visie aannemen, zodat we ons daadwerkelijk kunnen voorbereiden op de toekomst en niet vastzitten in kortzichtige maatregelen. Een paar simpele maatregelen doen al veel:

  • Het EU-migratiebeleid moet er alles aan doen om SDG 10 en 16 te behalen in 2030 [9], en moet daarop met regelmaat worden gemonitord.
  • Externe financiering die naar migratie gaat, of ze nu wordt gecategoriseerd als ontwikkelingssamenwerking of niet, moet gebaseerd zijn op een voorafgaande behoefteanalyse die moet worden gepubliceerd [10].
  • De EU moet maatregelen invoeren die een veilige, ordelijke en regelmatige migratie ondersteunen, zoals een uitgebreid Erasmus-programma en andere wettelijke migratieprogramma’s die duurzame ontwikkeling ondersteunen. Tegelijkertijd moet de EU ook de initiatieven van de AU steunen voor meer regionale integratie en intercontinentale mobiliteit [11].

Om het succes van dit nieuw partnership te garanderen, is het belangrijk dat de EU er genoeg politiek gewicht en de juiste capaciteiten achter zet. Bijvoorbeeld door een EU-commissaris te benoemen voor Afrika.


  1. Bevolking met de leeftijd van 0-24 jaar, Verenigde Naties (2017). ‘World Population Prospects, the 2017 Revision: Probabilistic Projections’. Afdeling Economische en Sociale Zaken bij de VN, Afdeling Bevolking. https://esa.un.org/unpd/wpp/Download/Probabilistic/Population/
  2. Commissie van de Afrikaanse Unie (2017). ‘AU Roadmap on Harnessing the Demographic Dividend Through Investments in Youth’. https://edu-au.org/category/16-au-roadmap-on-harnessing-the-demographic-dividend-through-investments-in-the-youth
  3. UNESCO (2018). UIS.Stat Database. Daarin zitten ook de meisjes met leeftijd lager en middelbaar onderwijs in 2016, het jaar met de meest recente data. http://data.uis.unesco.org/#
  4. Commissie van de Afrikaanse Unie/Economische Commissie voor Afrika van de Verenigde Naties (AUC/ECA) (2015). ‘Report of the High Level Panel on Illicit Financial Flows from Africa: Illicit Financial Flows’. https://www.uneca.org/publications/illicit-financial-flows
  5. Murphy (2019). ‘The European Tax Gap’, Tax Research UK. https://www.socialistsanddemocrats.eu/sites/default/files/2019-01/the_european_tax_gap_en_190123.pdf
    ‘Measuring the Tax Gap in the European Economy’, Journal of Economics and Management, Vol. 21 (3). https://www.researchgate.net/publication/301803819_Measuring_the_Tax_Gap_in_the_European_Economy
  6. Publieke land-per-land rapporteringen bereiken hun doel alleen als iedereen toegang heeft tot de volgende informatie: naam/namen, aard van de activiteiten en geografische locatie; omzet; aantal werknemers die fulltime werken; waarde van activa en jaarlijkse kosten verbonden aan onderhoud van die activa; verkoop en inkoop; winst of verlies voor belasting; betaalde inkomstenbelasting; nog te betalen inkomstenbelasting; verkregen overheidssubsidies; en naast de relevante data een lijst van dochterondernemingen die werkzaam zijn in elke EU-lidstaat of een derde land. Momenteel wordt er een voorstel voor een richtlijn besproken op EU-niveau (Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen), dat de EU zo snel mogelijk moet aannemen.
  7. UNHCR (2018). ‘Global Trends: Forced Displacement in 2017’. https://www.unhcr.org/globaltrends2017. Turkije telt als ontwikkelingsland.
  8. UNCTAD (2018). ‘Economic Development in Africa Report: Migration for Structural Transformation’. http://unctad.org/en/PublicationsLibrary/aldcafrica2018_en.pdf; De Haas (2005). ‘International Migration, Remittances and Development: Myths and Facts’, Third World Quarterly 26(8), p. 1243–1258. https://heindehaas.files.wordpress.com/2015/05/2005-migration-remittances-and-development-myths-and-facts1.pdf; Weinstein (2002). ´Migration for the Benefit of All’, International Labour Review, Vol. 141.
    http://www.eric-weinstein.net/Papers/Eric_Weinstein_Migration_for_the_Benefit_of_All_International_Labour_Review_Vol_141_2002_No_3.pdf
  9. SDG 10.7: “Een ordelijke, veilige, regelmatige en verantwoordelijke migratie en mobiliteit van mensen mogelijk maken, ook via de implementatie van geplande en degelijk beheerde migratiebeleidslijnen.”; SDG 16: “Bevorder vreedzame en inclusieve samenlevingen met het oog op duurzame ontwikkeling, verzeker toegang tot justitie voor iedereen en bouw op alle niveaus doeltreffende, verantwoordelijke en toegankelijke instellingen uit”.
  10. Deze analyse zou gebaseerd zijn op drie pilaren: (i) behoeftes van partnerlanden; (ii) de doelen van de EU die in het verlengde zijn van de integrale EU-strategie en de SDG, vooral SDG 10 (Ongelijkheid verminderen) en 16 (Vrede, veiligheid en sterke publieke diensten); en (iii) genoeg middelen toekennen, zowel ODA als niet-ODA, om deze doelen te bereiken.
  11. Commissie van de Afrikaanse Unie (2015). ‘Agenda 2063: The Africa We Want’. http://www.un.org/en/africa/osaa/pdf/au/agenda2063.pdf