Het ‘DATA Rapport 2017: Financiering voor de eeuw van Afrika’ laat zien dat de armste landen, en vooral de armste burgers van de wereld, een steeds kleiner deel van de wereldwijde geldstroom ontvangen. Hoewel de officiële ontwikkelingssamenwerking (Official Development Assistence – ODA) wereldwijd groeit, krijgen de minst ontwikkelde landen (MOL) en Afrika steeds minder. Directe Buitenlandse Investeringen (DBI) in Afrika zijn nog steeds veruit de laagste van alle continenten ter wereld, en ze zijn de afgelopen jaren gedaald ten opzichte van wereldwijde geldstromen. Binnenlandse inkomsten in Afrikaanse landen nemen ook af. De meeste mensen in deze regio, waar meer dan 50% van ‘s werelds armsten wonen, lopen het gevaar overgeslagen te worden.

Dit is een cruciale tijd om deze negatieve trends te keren. Met een bevolking die naar verwachting in 2050 verdubbelt is, heeft Afrika een steeds kleinere kans om een potentieel ‘demografisch dividend’ te benutten. Investeringen moeten toenemen met behulp van ontwikkelingssamenwerking, private financiering en binnenlandse inkomsten, specifiek in onderwijs, werkgelegenheid en inspraak voor de Afrikaanse jeugd.

De belangrijkste bevindingen

De landenprofielen (Engelstalig)

Download het rapport – samenvatting (PDF)

Download het volledige rapport – Engelstalig (PDF)

Belangrijkste bevindingen

1. INKOMSTEN VOOR AFRIKA’S ONTWIKKELING LATEN VERONTRUSTENDE DALINGEN ZIEN

Het DATA rapport 2017 laat zien dat voor ontwikkelingssamenwerking, binnenlandse inkomsten en DBI, de financiële middelen om de ontwikkeling van Afrika te ondersteunen zijn gedaald met 22% sinds 2012-15. In diezelfde periode is de bevolking van Afrika met 15% gegroeid.

2. UITGAVEN WERELDWIJDE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING BEREIKTE RECORDHOOGTE, TERWIJL HET DEEL VOOR DE ARMSTE LANDEN AFNAM

Het budget voor wereldwijde ontwikkelingssamenwerking bereikte in 2016 een recordhoogte van 140,1 miljard dollar (€126,6 miljard), een toename van 7,4% ten opzichte van 2015 in constante prijzen. Tegelijkertijd werd de hulp niet toegewezen aan de landen waar dat het meest nodig was. Het aandeel van ontwikkelingssamenwerking aan de armste landen is verder gedaald: ging er in 2013 nog 32% van alle hulp naar de minst ontwikkelde landen, in 2016 was dit nog 28%. Het deel voor Afrika daalde van 33% in 2015 naar 32% in 2016.

3. BINNENLANDSE INKOMSTEN IN AFRIKA ZIJN GEKELDERD

De daling van de grondstofprijzen in 2013 leidde tot een desastreuze terugval van 23,6% (in huidige prijzen) van de totale binnenlandse inkomsten in Afrika tussen 2012 en 2015. De meeste Afrikaanse landen maken bovendien hun beloftes niet waar om eigen middelen te investeren in gezondheidszorg, onderwijs en landbouw. Deze investeringen zijn erg belangrijk in de strijd tegen extreme armoede.

4. DIRECTE BUITENLANDSE INVESTERINGEN (DBI) IN AFRIKA ZIJN LAAGSTE TER WERELD

Voor elke dollar van wereldwijde DBI in 2016 ging er maar drie cent naar Afrika. Kapitaalstromen naar het continent zijn vluchtig en ongelijk verdeeld. Los van een aantal grondstofrijke landen zoals Angola, blijft het voor de overgrote meerderheid van de MOL’s en kwetsbare regio’s lastig om investeringen aan te trekken. Slechts zes landen – waarvan er vijf grondstofrijk zijn – zijn goed voor 75% van de totale DBI kapitaalstroom naar alle 42 Afrikaanse MOL’s en/of fragiele staten in 2016.

Bekijk de landenprofielen (Engelstalig)